vliegeren met ruimteCAESUUR

Betreft | open brief aan de gemeenteraad van Vlissingen
Kenmerk | caesuur_2018_126
Middelburg, donderdag 25 oktober 2018

Geachte leden van de gemeenteraad Vlissingen,

Op zaterdag 20 oktober organiseerde ruimteCAESUUR de kunstactie ‘Vliegeren met CAESUUR’ op het badstrand in Vlissingen. Het referentiekader van deze actie was de controverse rond het oplaten van vliegers in de Gaza Strook. Enerzijds is vliegeren daar een vrijetijdsbesteding die regelmatig gebruikt wordt voor vreedzame protestacties (bijvoorbeeld in 2010, bij het verbreken van het wereldrecord vliegeren). Anderzijds worden vliegers gebruikt om brandbare materialen en kleine explosieven naar Israëlisch grondgebied te laten vliegen en daar schade aan te richten. Hoewel er tot dusver geen menselijke slachtoffers zijn gevallen, is vee gedood en zijn aanzienlijke stukken land en natuur door deze acties verwoest. De staat Israël heeft hierop gereageerd met niets ontziend geweld. Scherpschutters schieten burgers neer, het overgrote deel ongewapend: kinderen, journalisten, hulpverleners, in feite iedereen die binnen schootsafstand van het hek komt dat Gaza omheint. Hoewel in westerse media vaak een beeld ontstaat van meer of minder gebalanceerd wederzijds geweld, zijn de methodes en uitwerkingen van het geweld tussen Israëliërs en Palestijnen volstrekt disproportioneel: volgens het laatste rapport van Amnesty International rond Gaza*, dat zich baseert op onderzoek van het internationaal erkende Al Mezan Center for Human Rights, zijn er sinds de start van de vreedzame protesten meer dan 150 Palestijnen gedood tijdens de demonstraties. Ten minste 10.000 anderen zijn gewond geraakt. Onder hen 1.849 kinderen, 424 vrouwen, 115 paramedische hulpverleners en 115 journalisten. Onder al deze gewonden werden 5.814 mensen getroffen door scherpe munitie van scherpschutters. Volgens de Israëlische media werd één soldaat licht gewond door scherven van een granaat en één soldaat werd vlakbij het hek gedood door een Palestijnse scherpschutter.

Onvrede over deze ongelijkheid, die doorgaans in de media onderbelicht blijft, vormde voor initiator Hans Overvliet het uitgangspunt voor de vliegeractie. Door de controversiële en ambigue vorm van in Palestina gebruikte vliegers als basis te nemen, richt het project zich erop een discussie teweeg te brengen over de ingewikkelde vermenging van macht, representatie, geweld en spel, aspecten die allemaal onmiskenbaar aan deze vliegers verbonden zijn. Dat dit door een aantal mensen als controversieel wordt waargenomen is begrijpelijk, het ondergraaft namelijk de in sommige kringen gevestigde, simplistische visie dat Palestijnse vliegers nu een eenduidige bron van kwaad zijn. Op deze manier door een mogelijk controversiële actie een debat uit te dagen is echter iets heel anders dan simpelweg terrorisme verheerlijken, zoals sommige commentaren op het project hebben gesuggereerd.

Twintig kunstenaars over de hele wereld werden in dit kader uitgenodigd om een vlieger te ontwerpen. De opdracht was niet om een vlieger over het conflict in de Gazastrook te maken (hoewel dit wel een mogelijkheid was en sommigen dit gedaan hebben), maar om de situatie van ongelijke machts- en geweldsverhoudingen die in dit specifieke conflict bestaan als aanleiding te nemen om te reflecteren op macht en geweld op plaatsen of in situaties die voor hen belangrijk zijn. Het resultaat is dan ook een zeer uiteenlopende verzameling vliegers. De basisvorm van de vliegers en het uitgangspunt van het project hebben een verbinding met het conflict in Israël/Palestina, maar inhoudelijk betrekken de vliegers zich op een breed scala aan onderwerpen en plaatsen op verschillende continenten.

Het project heeft tot een groot aantal verontwaardigde reacties geleid. Veel van deze reacties zijn gebaseerd op een combinatie van foutieve informatie, en onwil om de werken in het project daadwerkelijk te betrachten in plaats van zich te baseren op geruchten en bevooroordeelde, vluchtige impressies: er zouden hakenkruizen op vliegers aangebracht zijn, geweld en nazisme verheerlijkt worden. Deze verzinselen baseren zich voornamelijk op de volgende drie werken in het project.

Het eerste is een afbeelding van Belgische kunstenaar Jan Verhaeghe met een adelaar die het copyrightteken vasthoudt. Verhaeghe verklaart zelf over dit werk: Mijn adelaarslogo verwijst inderdaad naar de meest moorddadige periode uit onze recente geschiedenis, uit de geschiedenis tout court. Alleen is het gebruikte motief afwijkend van het door dat regime geclaimde eeuwenoude symbool. Mijn adelaar, die ook nog door andere vroegere en huidige heersers gebruikt werd/wordt, kijkt naar links. De positie die ik ook inneem binnen het politiek spectrum. De adelaar draait z’n kop weg van rechts, van extreem rechts dat opnieuw veel te hoog z’n kop opsteekt in het noorden van mijn land. Een duidelijke afwijzing van het regime die dit, en ook andere symbolen, bijna onherstelbaar bezwaarde. Sinds het einde van de jaren negentig van de vorige eeuw onderneem ik pogingen om bezoedelde symbolen te zuiveren, een ongelijke strijd, weet ik ondertussen. Dat maakt me tot een conceptuele nakomer van de grote meester Marcel Broodthaers die op een andere manier z’n tanden stuk beet op het adelaarsmotief en op zijn beurt de geschiedenis van dit symbool nog veel dieper onderzocht via z’n ‘Departement des Aigles’. Ik roep dus op om verder kijken dan wat er op het eerste zicht te zien is: zie ik wel wat ik zie? Je niet laten verblinden door beelden zonder verder na te denken en vooral de nuance proberen te zoeken en te vinden in elke mogelijke situatie. En te komen tot dialoog.

Het tweede werk betreft een raket van Britse makelij – een Rapier Missile – die geprint is op een vlieger, ontworpen door projectinitiator Hans Overvliet. Het gaat hier om een raket, aangeboden op een website voor digitale modellen**. Men kan het model downloaden om te gebruiken in modellerings- en animatiesoftware om games en video’s te maken, en 3D te printen. Veel van het werk van Overvliet gaat over het analoog maken van hetgeen zich op het internet afspeelt. Hierbij is een belangrijk thema ‘distant suffering’, de vraag hoe geweld en onrecht dat ver van ons vandaan plaatsvindt via mediatechnologieën wordt waargenomen en hoe we omgaan met onze ervaringen van empathie en de beperkte mogelijkheden te handelen naar aanleiding van deze gemediatiseerde conflicten. De raket wijst naar beneden, m.a.w. ook naar mij, de vliegeraar. Daarmee identificeer ik me met de ontvanger van het explosief, niet met de verzender.

De vermeende explosie op de derde vlieger is een schildering van een vagina door Pakistaanse kunstenaar Mehreen Hashmi. Dit werk vormt deel van een grotere groep werken waarin zij zich bezighoudt met de gevolgen en verwerking van sexueel geweld.

Naast zich te baseren op onjuiste en/of onvolledige informatie, suggereren veel negatieve reacties dat iedere kritiek aan het grens- en bezettingsbeleid van de staat Israël automatisch een uiting van antisemitisme is, zonder deze vermeende verbinding verder te onderbouwen. Kritiek op de politiek van de staat Israël die gemotiveerd is door antisemitische komt inderdaad regelmatig voor, en het is daarom belangrijk en begrijpelijk dat kritiek aan het adres van deze staat in deze zin nauwlettend wordt geanalyseerd. De suggestie dat álle kritische acties tegenover de staat Israël per definitie antisemitisch zouden zijn, is echter eenvoudigweg incorrect, net zoals kritiek op – bijvoorbeeld – de Islamitische Republiek Pakistan niet per definitie een uiting is van Islamofobie. Onze kritiek op het ageren van de staat Israël tegenover de Palestijnse bevolking betreft strikt de disproportionaliteit van geweldsmiddelen en -uitoefening en de territoriale politiek tegenover de bezette gebieden. Wij verwerpen iedere vorm van actie gebaseerd op anti-Joodse sentimenten of vooroordelen, en verwerpen het gelijkstellen van het staatsapparaat van Israël met het Judaïsme als godsdienst en/of een bepaalde groep van etniciteiten. Wij benadrukken ook, wellicht ten overvloede, dat ons project
zich expliciet distantieert van antisemitische sentimenten van Hamas of welke andere beweging dan ook. Het project is ook niet gericht op het ontkennen van het bestaansrecht van de staat Israël.

Pim Kraan en de fractie van Perspectief Op Vlissingen bedienen zich van de twee bovengenoemde vormen van misrepresentatie om een hetze tegen ons project en de wethouder van cultuur te voeren. Zonder zelf het project werkelijk te hebben bekeken verspreiden zij onvolledige en foutieve informatie over de inhoud, en beschuldigen de betrokkenen van antisemitisme zonder hiervoor wezenlijke argumenten te geven, duidelijk op basis van de misvatting dat iedere vorm van kritiek aan de staat Israël of solidariteit met Palestijnen per definitie antisemitisch zou zijn. Het handelen van de fractie getuigt van kortzichtigheid en populistisch opportunisme, uitgedragen met uiterst zwakke argumentaties. Dit alles in het kader van een intolerantie voor culturele uitingsvormen die zich buiten het alledaagse begeven, en schijnbaar in strijd zijn met een door deze fractie zelf bepaald autoritair moraliteitsbegrip.

De POV fractie beklaagt zich over imago schade die ons project zou veroorzaken voor de stad Vlissingen. De ironie is dat als er al imago schade zou zijn, deze voor een wezenlijk deel door de POV zelf is aangericht. De fractie had ervoor kunnen kiezen de betrokken kunstenaars te benaderen (een van hen is nota bene lid van de POV!) om een duidelijk beeld van het project te vormen en haar reserveringen vervolgens in een genuanceerd en sterk beargumenteerde verklaring te vatten als basis voor een (publiek) debat waarin zaken als vrijheid van meningsuiting, de plaats van kunst in de samenleving en de omgang met mogelijk controversiële uitingen worden afgewogen. In plaats daarvan heeft de fractie ervoor gekozen zonder enige reflectie een agressieve mediacampagne te initiëren om het project in een zo kwaad mogelijk daglicht te stellen, de wethouder van cultuur zoveel mogelijk te beschadigen, en op die manier kwaadaardige en valse berichten over het project die door een kleine groep fanatici op het internet worden verspreid te legitimeren. Met andere woorden: als er iets is dat imago schade voor de gemeente Vlissingen veroorzaakt in deze kwestie, dan is het vooral het politiek opportunisme van de POV fractie.

teamCAESUUR Hans Overliet, Willy van Houtum, Giel Louws, Dani Ploeger

* Gezien op 24/10/’18 op Amnesty International
** Gedownload van Stlfinder