Interactive work ‘i.d. of inequality’

‘i.d. van ongelijkheid’ vraagt aandacht voor het sturen van de mobiliteit van een bepaalde, maar zeer grote groep mensen. Het tonen van de parafernalia van ‘reizen’, wil aangeven dat mobiliteit de leidende indicator is geworden in de machtsongelijkheid in de neoliberale ideologie van globalisering.

Het werk heeft twee onderdelen: de aanwezigheid van de poster in verschillende openbare ruimten én een publicatie met de foto’s van die gebeurtenissen.

Wil je onderdeel zijn van het werk? Klik op de afbeelding van de poster, download de file, print die uit op een formaat van  jouw keuze, plak die op in een voor jou relevante plek in de openbare ruimte, fotografeer die plek met de poster en mail die naar curiositas@zeelandnet.nl. Jouw foto komt dan in de catalogus; desgewenst met je naam.

Na de poster vind je de achtergrond van ‘i.d. van ongelijkheid’.

‘i.d. of inequality’ asks for attention for steering the mobility of a certain, but very large group of people. Showing the paraphernalia of “travel” wants to show that mobility has become the leading indicator of power inequality in the neoliberal ideology of globalization.

The work consists of two parts: the presence of the poster in various public spaces and a publication with the photos of those events.

Do you want to be part of the work? Click on the image of the poster, download the file, print it out in a format of your choice, ‘hang’ it on a place, relevant for you in the public space, photograph that place with the poster and mail it to curiositas@zeelandnet.nl. Your photo will then appear in the catalog; with your name if desired.

After ‘the poster’ you will find the Dutch & English version of the background of t’i.d. of inequality’.
Speciale dank aan Rinus Roepman | Snowball
Special thanks to Rinus Roepman | Snowball

Klik hier voor de catalogus in wording / click here for the catalogue nascent.

In 1791 presenteerde Jeremy Bentham zijn oplossing voor de ideale gevangenis. Hij ontwierp een rond gebouw dat bestaat uit een centrale hal met daarrondheen ringen van cellen op verschillende verdiepingen geconstrueerd. Elke cel heeft twee ramen: één naar buiten en één op de centrale hal gericht. Eén opzichter in de hal volstaat om alle bewoners te bewaken, te kennen en te beheersen.Het panopticum binnenstebuiten

Bentham noemde dit principe het panopticum; afgeleid van het Griekse ‘alziende’. De uitgangspunten van het panopticum: individualisering – één cel, één, bewoner[ m/v/x/ ] , iedereen is altijd overal volledig zichtbaar, de bewaker kan de celbewoners [ m/v/x/ ] zien, maar zij hem niet, zij weten zijn aanwezigheid alleen maar, kostbare permanente bewaking verandert in goedkope disciplinering en repressie maakt plaats voor ‘vrijwillige’ onderwerping.

Het panopticum kan voor veel instituties worden ingezet: als gevangenis, als school, werkplaats of hospitaal. Bentham benadrukt dat in het panopticum macht en kennis samengaan. Doelen: controleren, disciplineren, bewaken, bestuderen, vergelijken, verbeteren enz.

Dit was een nieuw type bewaking / inspectie dat de verbeelding meer beïnvloedde dan de zintuigen. Het alwetende oog van de bewaker betekende dat gevangenen [ m/v/x/ ], in plaats van fysiek gestraft te worden (de zintuigen aantastend), alleen gecontroleerd werden door zichtbaar te zijn (de verbeelding beïnvloedend). Michel Foucault omschreef dit ontwerp als een dispositief, de architectonische uitdrukking van een meer algemeen machtsmechanisme waarin de ‘abnormalen’ – of het nu melaatsen, gekken, criminelen of daklozen zijn – het onderwerp van controle worden. 1 In deze tijden zou je daar ‘vluchtelingen’, ‘terroristen’, enz. aan toe kunnen voegen.

In onze huidige geglobaliseerde informatiemaatschappij wordt middels een zeer uitgebreide database van welhaast iedereen op de wijze van het panopticum naar ons ‘gekeken’. 2 Niets dat op een deel van de planeet gebeurt, kan daardoor in een ‘buitenwereld’ blijven. Geen terra nulla, geen blanco plekken op de mentale kaart, geen onbekende, laat staan ​​onkenbare landen en volkeren. De wereld heeft niet langer een buitenkant waar problemen kunnen worden weggelaten of achtergelaten. Wat er op één plek in de wereld gebeurt, heeft elders invloed op hoe andere mensen leven, hopen of verwachten te leven. Geen enkel welzijn is onschuldig aan de ellende van de ander. 3

Elke dag worden er nieuwe beveiligingsmethoden ontwikkeld en ingevoerd. Het belang van paspoorten en identiteitspapieren, reisvergunningen (uitnodigingen) en visa neemt toe. De monitoring van individuen verschuift van gelokaliseerde, persoonlijke ontmoetingen met b.v. douaneambtenaren aan de grens naar een identificatietechnologie die op afstand kan plaatsvinden en in een elektronische database wordt vergaard en bewaard.

Het neoliberalisme wordt onder andere ‘verkocht’ met een vrij verkeer van mensen, goederen en informatie, kortom ongekende mobiliteit.

Wanneer we met de hierboven beschreven achtergronden naar die mobiliteit kijken, is die op z’n minst  dubbelzinnig: enerzijds wordt de stroom van (arbeids) migranten steeds meer beheerst door de beschreven d-base, terwijl tegelijkertijd een welvarende elite steeds meer vrijheidsgraden krijgt.

Zo verandert bijvoorbeeld het systeem van het controleren van groepen (arbeids) migranten door de snel toenemende digitale technieken gestaag in een proactieve selectie en ultimo in uitsluiting. Globalisering verdeelt zoveel als het verenigt; het verdeelt terwijl het zich verenigt, merkt Zygmunt Bauman in het voorwoord van zijn boek Globalisation: The Human Consequences op.

Voor de welvarende elite maakt reizen naar verre oorden eenvoudigweg deel uit van hun ‘goede leven’. Zij zien het als een primair recht. Bucket lists van ‘must-see’ bestemmingen, liefst vergezeld van geïllustreerd met zoveel mogelijk selfies als visueel bewijs. Een totaal ander gebruik van de d-base dus.

De historicus Mark Poster noemde de elektronische database een bijgewerkte cyberversie van het Panopticum. 4 Maar in tegenstelling tot het panopticum, dat ervoor zorgt dat niemand uit de bewaakte ruimte kan ontsnappen, is de primaire functie van de d-base ervoor te zorgen dat niemand er onder twijfelachtige argumenten binnenkomt. Zo wordt de d-base een instrument van selectie, scheiding en uitsluiting. Het houdt de globale elite ‘onderweg’ en houdt de lokale bevolking letterlijk op hun plaats.

Vanwege dié strategie – selectie, scheiding en uitsluiting-  kan de d-base echter niet worden omschreven als een panopticum. In de woorden van Didier Bigo in zijn Globalised (in)Security is dit dus geen panopticum dat is getransponeerd naar een wereldwijd niveau, maar een Ban-opticum. De term ‘ban’ verwijst zowel naar uitsluiting als naar de bevoegdheid van professionele politici om de wet op te schorten.

Bepaalde mensen geeft de d-base toegang tot de planeet, creëert ze condities waarin de elite zich overal thuis voelt en ze welkom zijn waar ze ook aankomen; sommige andere berooft het van paspoorten, identiteitspapieren en doorreisvisa en verbiedt ze het rondhangen op de plaatsen die gereserveerd zijn voor de juiste bewoners van de d-base cyberspace.

De computerdatabases in te richten, te onderhouden, en te gebruiken om profielen te maken is een methode om dit verbod te legitimeren ten einde te bepalen wie vrij mag bewegen en wie niet, kortom om het uitsluiten te normaliseren.

Het doel is om vooraf te bepalen wie een mogelijke bedreiging vormt en wie niet. Bepaalde mensen bestempelen als illegaal, crimineel, terrorist enzovoort gaat ongehinderd door, met als argument beter mis- dan niet geschoten.

Het Ban-opticum leert ons dat het sturen van de mobiliteit van een bepaalde, maar zeer grote groep mensen, de elite uitgezonderd, klip en klaar de leidende indicator is geworden in de machtsongelijkheid in de neoliberale ideologie van globalisering.

The panopticum inside out

In 1791, Jeremy Bentham presented his solution to the ideal prison. He designed a round-shaped building that consists of a central hall surrounded by rings of cells, constructed on different floors. Each cell has two windows: one facing the outside and one facing the central hall. One supervisor in the hall is sufficient to monitor, know and control all residents.

Bentham called this principle the panopticum; derived from the Greek “all-seeing”. The basic principles of the panopticum: individualisation – one cell, one, resident, everyone is always everywhere fully visible, the guard can see the cell occupants, but they do not see him, they only know his presence, costly permanent surveillance turns into cheap disciplining and repression gives way to “voluntary” submission.

The panopticum can be used for many institutions: as a prison, as a school, a workplace or a hospital. Bentham emphasizes that power and knowledge go hand in hand in the panopticum. Goals: checking, disciplining, monitoring, studying, comparing, improving, etc.

This was a totally new type of surveillance / inspection that affected the imagination more than the senses. The guard’s omniscient eye meant that instead of being physically punished (affecting the senses), prisoners were controlled only by being visible (influencing the imagination). Michel Foucault described this design as a dispositive, the architectural expression of a more general mechanism of power in which the ‘abnormal’ – be it lepers, madmen, criminals or homeless – becomes the subject of control. 1 In these times one could add ‘fugitives’, ‘terrorists’, etc.

In our current globalized information society, a very extensive database of almost everyone “looks at” us in the panopticum way. 2 Nothing that happens on any part of the planet can therefore remain in an “outside world”. No terra nulla, no blank spots on the mental map, no unknown, let alone unknowable countries and peoples. The world no longer has an exterior where problems can be left out or left behind. What happens in one place in the world affects how elsewhere other people live, hope or expect to live. No well-being is innocent of the other’s misery. 3

New security methods are developed and introduced every day. The importance of passports and identity papers, travel permits (invitations) and visas is increasing. The monitoring of individuals shifts from localized, personal encounters with e.g. customs officials at the border to a remote identification technology that is collected and stored in an electronic database.

Neo-liberalism is “sold”, among other things, with the free movement of people, goods and information.

When we examine mobility from the previous context, mobility is at least ambiguous: on the one hand, the flow of (labor)migrants is increasingly controlled by the described d-base, while at the same time a prosperous elite is getting more and more degrees of freedom.

For example, the system of controlling groups of (labor)migrants is steadily changing into proactive selection and exclusion due to the rapidly increasing ‘improving’ of digital techniques. Globalization divides as much as it unites; it divides as it unites, Zygmunt Bauman notes in the preface to his book Globalization: The Human Consequences.

For the affluent elite, traveling to faraway places is simply part of their “good life.” They see it as a primary right. Bucket lists of “must-see” destinations, preferably accompanied by as much visual evidence as possible. A completely different use of the d-base.

Historian Mark Poster called the electronic database an updated cyber version of the panopticum. 4 But unlike the panopticum, which ensures that no one can escape from the monitored area, the primary function of the d-base is to ensure that no one enters under questionable pretenses. In that way the d-base becomes an instrument of selection, separation and exclusion. It keeps the global elite “on the move” and literally keeps the locals in place.

However, because of that strategy – selection, separation and exclusion – the d-base cannot be described as a panopticum. In the words of Didier Bigo in his Globalized (in) Security, this is therefore not a panopticum that has been transposed to a global level, but a Ban-opticum. The term ‘ban’ refers to both exclusion and the power of professional politicians to suspend the law.

Setting up, maintaining, and using the databases to create profiles is a method of legitimizing this prohibition. With the outcome determining who can move freely and who cannot, in short, to normalize exclusion.

The goal is to determine in advance who poses a potential threat and who does not. Tagging certain people as illegal, criminal, terrorist, etc. continues unhindered, arguing better than not shot.

The Ban-opticum teaches us that directing the mobility of a certain, but very large group of people, with the exception the elite, clearly has become the leading indicator of power inequality in the neoliberal ideology of globalization.

1. Michel Foucault,  Discipline, Toezicht en Straf.
De geboorte van de gevangenis, Historische uitgeverij, Groningen, 1997.
2. Shoshana Zuboff, The Age of Surveillance Capitalism, Public Affairs, Hachette Book Group, 2019
3. Zygmunt Bauman, Liquid Times: Living in an Age of Uncertainty (Cambridge: Polity Press, 2007)
4. Poster, ‘Database As Discourse, Or Electronic Interpellations’, in: Bauman, Globalization: The Human Consequences, Columbia University Press, 1998